Aanvragen van een indicatiestelling

Klik op een item hieronder om snel naar het onderwerp te springen:

Wie vraagt een RVC-beschikking aan?
Voor welke leerlingen kan een indicatiestelling worden aangevraagd en wanneer?
Het aanmeldingsformulier
Het leerlingdossier
Toegestane instrumenten voor de indicatiestelling
Onderzoek criterium sociaal-emotionele problematiek
Berekening van leerachterstanden

Wie vraagt een RVC- beschikking aan?

Het bevoegd gezag van een VMBO-school of school of afdeling voor Praktijkonderwijs dient de aanvraag tot indicatiestelling in bij de RVC-VO die werkzaam is voor het samenwerkingsverband waarvan de school deel uitmaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een landelijk vastgesteld aanmeldings-formulier. De school overlegt vooraf met de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de leerling over de aanvraag tot indicatiestelling. Zij ontvangen een kopie van het aanmeldingsformulier. Terug naar boven

Voor welke leerlingen kan een indicatiestelling worden aangevraagd en wanneer?

  1. Voor leerlingen die vanuit het primair of (voortgezet) speciaal onderwijs instromen in het eerste leerjaar van het VMBO of in het Praktijkonderwijs.
    Wanneer?
    Vóór 1 oktober van het eerste leerjaar.
  1. Voor leerlingen bij wie tijdens het eerste leerjaar VMBO blijkt dat indicatiestelling wenselijk is.
    Wanneer?
    Het gehele eerste leerjaar tot uiterlijk 31 juli. Deze leerlingen mogen nog niet eerder geïndiceerd zijn door een RVC-VO.
  1. Bijzondere regeling:
    Er kan een aanvraag tot indicatiestelling voor Praktijkonderwijs worden ingediend voor een leerling voor wie naar het oordeel van het bevoegd gezag het zorg-en onderwijsaanbod van het Praktijkonderwijs het beste aansluit bij de behoeften van de leerling en die het VMBO bezoekt met een positieve beschikking LWOO of beschikt over een positieve indicatie van het CvI voor toelating tot het (voortgezet) speciaal onderwijs dan wel leerlinggebonden financiering.
    Bijzondere Regeling Aanmeldingsformulier Bijzondere regeling

Vreemdelingen (conform artikel 10g lid 4 VWO):

  • Vreemdelingen (leerlingen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben) die op 1 oktober van het schooljaar waarin zij voor het eerst worden meegeteld als leerling in het voortgezet onderwijs, korter dan 1 jaar in Nederland zijn, kunnen niet bij de RVC-VO worden aangemeld.
  • Pas na het betreffende schooljaar, waarin zij voor de eerste keer worden meegeteld, kunnen vreemdelingen worden aangemeld voor indicatiestelling bij de RVC-VO (aanvraag na 1/8 maar voor 1/10).
  • In de tussentijd krijgt de school voor deze leerlingen een verhoging van de cumi-vo-vergoeding.
  • Antillianen vallen niet onder deze regeling; zij hebben de Nederlandse nationaliteit.
  Voorbeeld 1 Voorbeeld 2
Binnenkomst in Nederland 01-05-2011 01-11-2011
Inschrijving op een school 01-08-2011 01-12-2011
Telt mee als cumi-vo-leerling op teldatum 01-10-2011 01-10-2012

Aanvraag indicatiestelling RVC-VO met ingang van

01-08-2012 01-08-2013
Telt mee als LWOO- of PrO-leerling (na indicatie door RVC-VO) vanaf 01-10-2012 01-10-2013

Aangepaste criteria voor vreemdelingen:

Bij de indicatiestelling van vreemdelingen deden zich problemen voor, vooral bij de afname van didactische toetsen. Het Ministerie van OC&W heeft gekozen voor de volgende oplossing:

  • Deze leerlingen moeten voldoen aan de criteria op het gebied van leerachterstand, intelligentie en eventueel sociaal-emotionele problematiek.
  • Deze leerlingen worden getest op het gebied van intelligentie en zo nodig sociaal-emotionele problematiek.
  • De leerachterstand van deze leerlingen wordt vastgesteld op twee jaar indien de leerling, op het moment dat de aanvraag bij de RVC-VO mag worden ingediend, korter dan twee jaar Nederlands onderwijs heeft gevolgd.
  • Voor deze leerlingen hoeven in de aanvraag geen testgegevens met betrekking tot de leerachterstanden te worden opgenomen (in het dossier moeten verder wel alle verplichte onderdelen worden opgenomen, waaronder de testgegevens met betrekking tot intelligentie en eventueel sociaal-emotionele problematiek).
  • Een leerachterstand van twee jaar wijst op LWOO. Wanneer het IQ (en/of eventueel de sociaal-emotionele problematiek) ook wijst op LWOO, kan de RVC-VO voor deze leerling een LWOO-beschikking afgeven. Wanneer het IQ wijst op Praktijkonderwijs is er "sprake van strijdige scores op criteria” en heeft de RVC-VO beleidsruimte. Er kan dan een LWOO- of PrO-beschikking worden afgegeven.

NB. Deze aanpassing is gepubliceerd in Uitleg Gele Katern 10/11 d.d. 16-04-2003. Terug naar boven

 

Het aanmeldingsformulier

Het aanvragen van een indicatiestelling kan alleen door middel van het opsturen van het volledig ingevulde aanmeldingsformulier.
De school kan hierbij gebruik maken van de handmatige of de digitale versie. Met elk samenwerkingsverband heeft de RVC-VO afspraken gemaakt over de wijze van aanmelden.
De scholen binnen een samenwerkingsverband zijn gehouden aan deze afspraken.

Zodra het dossier van de leerling klaar is en met de ouders besproken, kan de aanvraag bij de RVC-VO worden ingediend. Als het dossier voor de zomervakantie wordt ingeleverd en er is sprake van ontbrekende of aanvullende gegevens, dan is er een termijn van vier weken om het dossier aan te vullen. Indien de aanvraag pas na de zomervakantie kan worden ingediend is de termijn waarin ontbrekende of aanvullende gegevens moeten worden ingeleverd, beperkt tot één week na ontvangst van het verzoek aan de RVC-VO. Het is dus van belang een compleet dossier zo snel mogelijk in te dienen.

Bij leerlingen waarvoor een beroep gedaan wordt op de Bijzondere regeling dient gebruik gemaakt te worden van een apart aanmeldingsformulier.

Motivering.
De motivering is een belangrijk onderdeel van het aanmeldingsformulier. De wetgever stelt dat de RVC-VO haar beschikking als eerste baseert op het door het bevoegd gezag gegeven motivering, die gebaseerd is op gegevens uit het onderwijskundig rapport. Relevante gegevens dienen in de motivering te worden opgenomen. Het is onvoldoende om slechts te motiveren dat de leerling aan de criteria voldoet. Op basis van de zorggeschiedenis moet aantoonbaar worden gemaakt dat de leerling een zorgleerling geweest is en nog steeds is. Het is de taak van de RVC-VO kritisch naar deze motivering te kijken.

In het aanvraagformulier vraagt de RVC-VO om twee motiveringen:

  1. De reden van aanmelding (D1).
    Met een samenvatting van de problematiek van de leerling wordt bedoeld dat de school zich in eerste instantie een beeld moet hebben gevormd dat gebaseerd is op alle verzamelde gegevens van de leerling en dat vervolgens wordt beargumenteerd waarom de leerling in aanmerking moet komen voor extra zorg. Deze argumentatie moet gegeven worden voor alle leerlingen. De RVC moet de logische consistentie van de motivering kunnen volgen en in de samenhangende gegevens een verklaring kunnen vinden voor de problematiek van de leerling.

  2. De keuze voor LWOO of Praktijkonderwijs (D2).
    Voor leerlingen met een totaal IQ in de bandbreedte 75 t/m 80 én voor leerlingen bij wie sprake is van strijdige scores op criteria moet expliciet worden aangegeven waarom de school voor deze leerling kiest voor LWOO of voor PrO. Voor deze leerling kan de balans namelijk de ene of de andere kant uitslaan. Het is voor de RVC van groot belang te weten welke overwegingen bij de keuze van de school een rol spelen.

In bijzondere gevallen kan de RVC gebruik maken van haar beleidsruimte. Het is dan de verantwoordelijkheid van de aanvragende school om met argumenten de RVC te overtuigen van de juistheid van de keuze voor LWOO of PrO.

Deze situatie doet zich voor als er sprake is van een totaal IQ dat valt in IQ-bandbreedte 75 t/m 80. Deze IQ-bandbreedte vormt namelijk het overgangsgebied tussen enerzijds het Praktijkonderwijs en anderzijds het Leerwegondersteunend onderwijs. Wanneer dat het geval is moet onder D2 expliciet gemotiveerd worden waarom de aanvraag betrekking heeft op ofwel het Praktijkonderwijs, ofwel het Leerwegondersteunend onderwijs.

Het kan ook voorkomen dat de intelligentie strijdig is met de leerachterstanden of andersom (bijv. het IQ wijst op LWOO en de leerachterstanden wijzen op PrO) of er is sprake van strijdigheid tussen de leerachterstanden (bijv. er zijn leerachterstanden die wijzen op LWOO en ook leerachterstanden die wijzen op PrO). Ook dan dient expliciet te worden gemotiveerd onder D2 waarom gekozen wordt voor LWOO of PrO.

Het aanmeldingsformulier en de toelichting zijn hieronder te downloaden:
Aanmeldingsformulier 2012-2013
Toelichting bij het aanmeldingsformulier 2012-2013
Bijzondere Regeling Aanmeldingsformulier Bijzondere regeling   Terug naar boven

Het leerlingdossier

Het volledig ingevulde aanmeldingsformulier moet altijd vergezeld zijn van onderstaande documenten.

Bij een aanvraag voor leerwegondersteuning:

  • een volledig ingevuld onderwijskundig rapport inclusief een overzicht van de scores op recent afgenomen didactische toetsen;
  • een intelligentieonderzoek (inclusief profiel, totaal - en subscores), gedateerd en ondertekend door een bevoegd deskundige* ;
  • in geval van sociaal-emotionele problematiek het verslag van het persoonlijkheidsonderzoek, dat een beeld geeft van de problemen in relatie tot de leerprestaties (inclusief profiel, totaal en factorscores, gedateerd en ondertekend door een bevoegd deskundige*)

Bij een aanvraag voor Praktijkonderwijs:

  • een volledig ingevuld onderwijskundig rapport inclusief een overzicht van de scores op recent afgenomen didactische toetsen;
  • de door de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de leerling ingevulde en getekende zienswijze;
  • een intelligentieonderzoek (inclusief profiel, totaal - en subscores), gedateerd en ondertekend door een bevoegd deskundige*;
  • indien van belang voor de beoordeling, bijv. als er twijfels zijn bij de keuze tussen PrO en LWOO: het verslag van een persoonlijkheidsonderzoek (inclusief profiel, totaal en factorscores), gedateerd en ondertekend door een bevoegd deskundige*.Terug naar boven

* Onder een bevoegd deskundige wordt verstaan: “Een bevoegd deskundige is degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het Register Kinder- en Jeugdpsychologen of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog.”
Bij digitale aanmelding ligt de verantwoordelijkheid van de ondertekening bij de aanmeldende school.

Toegestane instrumenten voor de indicatiestelling

Bij de vaststelling van de intelligentie, de leerachterstanden en de sociaal-emotionele problematiek moet gebruik worden gemaakt van goedgekeurde screenings- en testinstrumenten. Jaarlijks wordt een lijst van screenings- en testinstrumenten vastgesteld die in het kader van de indicatiestelling als deugdelijk worden aangemerkt. Deze lijst wordt door het ministerie van OC&W verspreid.

Zie voor meer informatie:
Regeling vaststelling van te gebruiken instrumenten bij de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs (PrO) voor de instroom in schooljaar 2012-2013.

Onderzoek criterium sociaal-emotionele problematiek

Voor het aantonen van sociaal-emotionele problematiek zijn uitslagen op testinstrumenten op zichzelf niet voldoende. Vereist is een schriftelijk oordeel van een bevoegd deskundige, op basis van één of meer van de in de lijst opgenomen instrumenten, dat er sprake is van een sociaal-emotionele problematiek (met betrekking tot faalangst, prestatie-motivatie en/of sociaal-emotionele instabiliteit) in relatie tot de leerprestaties. Het gaat hier om problematiek als gevolg van het sociaal-emotioneel functioneren waardoor het onderwijs substantieel belemmerd wordt. Terug naar boven

Berekening van leerachterstanden

Vaststelling didactische leeftijd (DL)
Het didactische leeftijdsequivalent (DLE) duidt het niveau aan dat door een gemiddelde leerling wordt behaald na x maanden onderwijs. De DLE is een omzetting van de op dat moment behaalde toetsscore conform de meest recente omzettingstabellen in het DLE-boek van de uitgeverij Eduforce. (www.eduforce.nl). De didactische leeftijd (DL) is het aantal maanden dat een leerling onderwijs heeft gehad. Elk schooljaar heeft 10 onderwijsmaanden te beginnen vanaf september groep 3. De DL wordt berekend op basis van de huidige groep van de leerling, het moment van toetsafname en het aantal doublures vanaf begin groep 3 (zie hieronder het tijdschema voor de vaststelling van de DL). Terug naar boven

De invloed van zittenblijven op de didactische leeftijd
De DL kan, voor de berekening van de leerachterstand, nooit hoger zijn dan 60 (eind groep 8). Voor een zittenblijver vanuit groep 7 geldt dat, als de leerling in groep 3 tot en met groep 7 éénmaal gedoubleerd heeft, aan zijn DL op het moment van toetsing 10 onderwijsmaanden wordt toegevoegd. Voor een zittenblijver vanuit groep 7 die in groep 3 tot en met 7 tweemaal gedoubleerd heeft geldt dat er wordt uitgegaan van een DL van 60, ongeacht de maand waarin hij of zij getoetst wordt. Terug naar boven

Vaststelling didactische leeftijd/didactische leeftijdsequivalent
Het niveau dat een leerling op een bepaald moment heeft bereikt wordt weergegeven in een didactisch leeftijdsequivalent (DLE). Als een leerling zich op het niveau halverwege groep 7 bevindt dan heeft deze leerling een DLE van 45. Het bereikte niveau van de leerling wordt afgezet tegen de didactische leeftijd (DL) van een leerling op het moment van toetsing.
In de tabel hieronder staan DL/DLE combinaties op grond waarvan de RVC-VO indiceert voor Leerwegondersteunend onderwijs dan wel Praktijkonderwijs.

DL

DL

DLE

DLE

Leerling groep 8 (geen zittenblijver) Zittenblijver in groep 7 (1 x gedoubleerd) Bovengrens LWOO Bovengrens PrO
60 60 45 30
59 59 44 30
58 58 44 29
57 57 43 29
56 56 42 28
55 55 41 28
54 54 41 27
53 53 40 27
52 52 39 26
51 51 38 26
Terug naar boven